Undercut
Zijkanten en achterkant op één korte lengte. Bovenop lang. Daartussen geen overgang, maar een harde grens.
- Haar
- normaal, dik
- Lengte
- Middellang
- Stylen
- Vijf minuten, met föhn
- Naar de kapper
- Om de 3 weken
Zeg dit tegen je kapper
- Zijkanten en achterkant op één lengte: opzetstuk 1, 2 of 3
- Een harde grens tussen kort en lang, geen fade
- Hoe hoog de grens komt: ter hoogte van je slaap is gebruikelijk
- Bovenop minstens 8 centimeter als je het naar achteren wilt dragen
- Liever zachter? Vraag dan een fade in plaats van één lengte
Wat is een undercut?
De zijkanten en de achterkant zijn met de tondeuse op één korte lengte gezet. Het haar bovenop is veel langer en hangt daar los overheen. Er zit geen overgang tussen: de kapper knipt de twee delen bewust niet in elkaar. Dat heet disconnected.
Wat je met de bovenkant doet, is aan jou. Naar achteren, opzij met een scheiding of naar voren.
Undercut of fade?
Bij een fade loopt de zijkant geleidelijk van kaal naar lang. Bij een undercut is de zijkant overal even kort en begint het lange haar in één keer. Een undercut is makkelijker bij te houden. Een fade oogt verfijnder.
Voor wie werkt het?
Dik haar profiteert het meest: je bent in één keer het volume aan de zijkant kwijt. Steil en golvend haar kan allebei. Bij dun haar bovenop valt het contrast tegen. Dan zie je vooral wat er niet is.
Bedenk dat de bovenkant gestyled moet worden. Zonder product hangt het lange haar over de korte zijkant heen.
Hoe vaak naar de kapper?
Om de drie weken voor de zijkanten. Dat kan ook thuis, met een tondeuse en één opzetstuk. De bovenkant hoeft maar om de twee maanden.
Zo style je het
- Dep je haar handdoekdroog en spray er sea salt spray in.
- Föhn de bovenkant in de richting waarin je hem draagt. Naar achteren geeft de meeste hoogte.
- Wrijf een druivenpit pomade of clay warm tussen je handen en werk het in tot op de wortels.
- Kam het in model, of vorm het met je vingers als je het losser wilt.







